Terug naar overzicht

Medische Encyclopedie

Inhoud

hepatitis-B-vaccin

Het hepatitis-B-vaccin bevat onschadelijk gemaakt hepatitis-B-virus. Het beschermt tegen infectie met het hepatitis-B-virus

Het wordt gegeven als vaccinatie aan mensen die meer kans hebben op een hepatitis-B-infectie.

Het wordt ook gegeven als vaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma. Zie hiervoor de tekst Hepatitis-B-vaccin bij kinderen.

Wat doet hepatitis-B-vaccin en waarbij gebruik ik het?

Infecties met virussen

Hepatitis B is een leverontsteking veroorzaakt door een virus. Er bestaan verschillende soorten hepatitisvirussen: A, B en C. Een hepatitis-B-infectie wordt veroorzaakt door virustype B.

Hepatitis B
Een hepatitis-B-infectie geeft niet bij iedereen klachten. De infectie kan ook zonder klachten verlopen. Ongeveer 4 van de 10 mensen krijgen wel klachten.

Klachten van een hepatitis-B-infectie beginnen meestal met gebrek aan eetlust, algemeen ziektegevoel, moe zijn, misselijk zijn en overgeven, buikklachten, koorts en gewrichtsklachten. Soms ontstaat na een paar dagen een gele kleur van de huid (geelzucht). Dit wordt in een paar weken weer minder. De klachten duren een paar weken tot maanden.

Sommige mensen worden daarna drager van de ziekte. Dan zijn de klachten wel verdwenen, maar is het virus nog wel in het lichaam aanwezig. U kunt dan mogelijk anderen besmetten. Sommige mensen houden hun leven lang last van hun lever, omdat deze door de infectie beschadigd is.

Oorzaak
Hepatitis B is een besmettelijke ziekte. U kunt de ziekte krijgen door seksueel contact of door contact met bloed van een besmet persoon. Ook als deze persoon al lang geen klachten meer heeft van de infectie, kan hij anderen besmetten.

Ook kunt u deze ziekte oplopen doordat u zich prikt aan besmette voorwerpen. Of bij het zetten van tatoeages en piercings, en bij het scheren met een gebruikt mesje (bijvoorbeeld bij de kapper). Zwangere vrouwen die met het virus zijn besmet, kunnen hun kind tijdens de geboorte besmetten.

Hepatitis B voorkomen
Tegen deze ziekte kunt u worden gevaccineerd met een injectie.
Na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen het hepatitis-B-virus. Als u dan in aanraking komt met dit virus kan uw lichaam het onschadelijk maken.

Nadat u alle vaccinaties heeft gehad bent u waarschijnlijk levenslang beschermt.

Ook als u volledig bent gevaccineerd is het belangrijk om maatregelen te nemen om een hepatitis-B-infectie te voorkomen. Dit kunt u doen: 

  • Gebruik altijd een condoom bij het vrijen.
  • Raak geen naalden aan die door anderen gebruikt zijn. Bij de apotheek kunt u een naaldencontainer halen om naalden veilig weg te gooien.
  • Gebruik nooit naalden of spuiten die door andere mensen gebruikt zijn.
  • Verblijft u langer dan 3 maanden in het buitenland onder slechte omstandigheden? Neem dan uw eigen steriele spuiten en naalden mee. Zo kunt u met steriele naalden en spuiten behandeld worden als dat nodig is.
  • Voorkom contact met bloed van andere mensen. In Nederland worden bloedproducten en donormateriaal getest op aanwezigheid van hepatitis B. Mensen met een hoger risico op hepatitis B mogen geen bloed doneren. U hoeft in Nederland niet bang te zijn om via donorbloed hepatitis B op te lopen.
Lees meer over infecties met virussen . “

Vaccinaties

Rijksvaccinatieprogramma
Vanaf 2011 worden alle baby’s met het hepatitis-B-vaccin gevaccineerd. Dit is onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. Zie voor meer informatie de tekst hepatitis-B-vaccin bij kinderen.

U krijgt het hepatitis-B-vaccin als u risico loopt op een hepatitis-B-infectie. Voor de volgende personen wordt vaccinatie geadviseerd:

  • mensen die door een verwonding in aanraking zijn gekomen met bloed dat besmet kan zijn;
  • mensen die veel risico lopen op contact met bloed, zoals artsen, tandartsen en verpleegkundigen;
  • mensen die orgaantransplantaties krijgen, vaak bloedtransfusies krijgen of medicijnen gebruiken die gemaakt zijn van bloed;
  • dialysepatienten;
  • mensen met veel wisselende seksuele contacten waarbij de kans groot is op besmetting;
  • mensen met een chronische leverziekte;
  • dragers van hepatitis C-virus, omdat zij meer kans hebben op infectie met hepatitis B;
  • verstandelijk gehandicapten in tehuizen, omdat zij kans hebben op bijtwonden;
  • mensen die samenleven met besmette personen of met mensen die een grote kans hebben op besmetting;
  • prostituees;
  • acupuncturisten, tatoeëerders en piercers;
  • gebruikers van intraveneuze drugs;
  • mensen die hebben gewoond in gebieden waar hepatitis-B veel voorkomt of bij een reis naar deze gebieden.

Apotheken, maar ook reisorganisaties, GGD’en, huisartsen en het Landelijk Centrum Reizigersinformatie (www.lcr.nl) kunnen u informeren over de landen waar hepatitis B vooral voorkomt.

Voor de reizigersvaccinaties kunt u terecht bij GGD’en huisartsen en ziekenhuizen met een reizigerszorg-afdeling.

Lees meer over vaccinaties . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Behalve het gewenste effect kan dit vaccin bijwerkingen geven. Deze ontstaan vooral doordat uw afweersysteem denkt dat er een echte infectie is. De meeste bijwerkingen zijn dus een signaal dat het vaccin werkt. 

De meest voorkomende bijwerkingen zijn de volgende.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Klachten op de plaats van injectie, zoals pijn, jeuk, rode huid en zwelling. De plaats van de injectie kan gevoelig zijn. Zelden een harde of blauwe plek onder de huid.

  • Hoofdpijn

  • Spierpijn. Zeer zelden een peesontsteking en zwakke spieren.

  • Prikkelbaar zijn, zeer zelden nerveus zijn

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijk zijn, overgeven, diarree, en buikpijn. Ook minder eetlust.

  • Griepachtige klachten, zoals koorts, en een ziek, zwak en  moe gevoel.

    Deze klachten houden meestal niet langer dan 1 tot 2 dagen aan. Zelden duren ze tot 2 weken.

  • Duizelig zijn

  • Gewrichtspijn en zeer zelden het gevoel dat u stijf bent en een gewrichtsontsteking.

  • Huiduitslag, zoals jeuk en galbulten, en zeer zelden eczeem en rode vlekken. In zeldzame gevallen komt huiduitslag door overgevoeligheid, maar dat hoeft niet. Heeft u last van huiduitslag? Overleg met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Dorst

  • Overgevoeligheid. U merkt dit aan huiduitslag, galbulten of jeuk. 

    In zeldzame gevallen ontstaat er koorts, benauwdheid, opgezwollen lippen, tong of gezicht of flauwvallen.. Waarschuw dan meteen uw arts.

    In beide gevallen mag u dit vaccin in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor dit vaccin. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit vaccin niet opnieuw krijgt.

  • Oogontsteking. Krijgt u last van wazig zien of andere oogklachten? Neem dan contact op met uw arts.

  • Blozen en opvliegers

  • Lymfeklieren die groter dan normaal. Deze klieren zitten bijvoorbeeld in de hals, oksels en liezen. Ze helpen uw lichaam beschermen. Merkt u dit? Overleg dan met uw arts.

  • Flauwvallen. Meestal gebeurt dit kort na de vaccinatie. U kunt hierbij ook misselijk worden en overgeven

    Dit komt meestal doordat het zenuwstelsel gevoelig reageert op prikkels van buitenaf. Meld het in elk geval bij een volgende vaccinatie, zodat u de volgende vaccinatie zittend of liggend kunt krijgen.

  • Haaruitval en kaal worden. 

  • Zenuwproblemen, waarbij u last kunt krijgen van een tintelend of doof gevoel in de ledematen, een ontsteking van de zenuwen en verlamming. Meld het aan uw arts als u hier last van krijgt.

  • Epileptische aanvallen of schokken en krampende spieren door het hele lichaam.  Heeft u hier last van? Neem dan contact op met uw arts.

  • Benauwd zijn of kramp in de spieren rond de luchtwegen. Bent u ineens kortademig? Waarschuw dan uw arts.

  • Lage bloeddruk

  • Ontsteking van het vlies rond de hersenen (hersenvliesontsteking of meningitis) of van de de hersenen. Dit is een gevaarlijke ziekte. U kunt last hebben van koorts, stijve nek, overgeven, hoofdpijn, suf zijn en vlekken op de huid. Heeft u hier last van? Waarschuw dan direct een arts. 

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik hepatitis-B-vaccin gebruiken met andere medicijnen?

Dit vaccin heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De onderstaande medicijnen verminderen de werking van het vaccin. Hierdoor bent u mogelijk onvoldoende beschermt. Overleg hierover met uw arts. Uw arts zal u extra controleren. Als het nodig is, krijgt u een tweede vaccinatie.

  • Medicijnen tegen kanker die het afweer onderdrukken, zoals dasatinib, imatinib en methotrexaat.
  • Bijnierschorshormonen, zoals betamethason, hydrocortison en prednisolon.
  • Afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt bij onder andere reumatoïde artritis en na een orgaantransplantaties, zoals azathioprine, ciclosporine en tacrolimus.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

Ja, dat kan. U mag autorijden, en u mag eten en drinken zoals u normaal doet.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

U kunt dit vaccin veilig gebruiken tijdens de zwangerschap of als u borstvoeding geeft. Het wordt al jarenlang gebruikt door zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, zonder problemen voor de baby.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Hoe?

De arts of verpleegkundige geeft de injectie in de spier van de bovenarm.

Wanneer?

U krijgt meestal 3 injecties van dit vaccin. De tweede injectie krijgt u 1 maand na de eerste injectie. De derde injectie krijgt u 6 maanden na de tweede injectie.

Soms is het nodig dat u sneller wordt beschermd tegen het hepatitis-B-virus. Bijvoorbeeld als u op korte termijn reist naar een land waar hepatitis-B vaker voorkomt. U krijgt dan meestal 3 injecties met steeds 1 maand tussen de injecties. Daarna krijgt u nog 1 extra injectie. Deze krijgt 6-12 maanden na de laatste injectie.

Soms kan de arts ervoor kiezen u nog sneller te beschermen. Dit hangt af van hoe groot het risico is dat u een hepatitis-B-infectie krijgt.

Nadat u alle vaccinaties heeft gehad bent u waarschijnlijk levenslang beschermt.

Bent u niet gevaccineerd tegen hepatitis-B en bent u mogelijk blootgesteld aan het virus? Dan moet u binnen 7 dagen na de blootstelling de eerste injectie van het vaccin krijgen. Dit krijgt u samen met een andere injectie die eiwitten tegen het hepatitis-B-virus bevat. Zo wordt de kans groter dat u niet ziek wordt van het virus.